• Feedback jury 'Tuingedicht' Art Award Nights 14/11/2025 in Utrecht

    17 november 2025

    Het werk van Matthieu Claus onthult een unieke manier om de alledaagse realiteit te benaderen. Het is deze kenmerkende vormtaal die de jury intrigeert. Hij stapelt structuren en lagen op elkaar, en het is opmerkelijk hoe hij dit doet zonder dat het zwaar of ontoegankelijk wordt. Integendeel, de performance blijft fris en open. Alsof je door een herinnering loopt die nog steeds levendig is. Hij legt vast wat hij ziet, en vooral wat hem raakt, en transformeert het in een nieuwe wereld die herkenbaar is, maar toch net even anders. Zijn werk voelt open, uitnodigend en verrassend precies aan.

    Lees meer >> | 24 keer bekeken

  • Een niet aflatend geheugen van ijzer

    21 augustus 2025

    Naar aanleiding van een atelierbezoek bij Matthieu Claus, Gent, juli 2025

    Kunstgeschiedenis barst van de mythes. Naar verluidt zouden collectioneurs ooit schilderijen van Degas aan de muur geketend hebben wanneer de kunstenaar op bezoek kwam, uit schrik dat hij ze opnieuw zou meepakken en er iets aan zou veranderen. Waar of niet; zo ijverig, bevlogen of onzeker was de negentiende-eeuwse schilder, dat hij gemaakte, en zelfs verkochte doeken niet met rust kon laten.

    Ook Matthieu Claus heeft er last mee: met de verwachting dat een schilder op een gegeven moment beslist dat een doek ‘af’ is, waardoor hij, onder druk van een publiek, een dealer of een criticus, een soort ‘fait accompli’ moet afleveren. Gedane zaken nemen geen keer, luidt de zegswijze. Dat zal heus wel zo zijn voor het afkloppen van een verkoop, het vonnis van een rechtbank, het toewijzen van eigendom, of -God sta ons bij- het voltrekken van een huwelijk. Maar kan je van een artistiek proces, waarin we zo veel vrijheid heiligen, bepalen wanneer het best beëindigd wordt? Menig schilder zal je doen geloven dat het eindpunt van een doek daar ligt waar compositie en zeggingskracht niet langer ‘beter’ kunnen gemaakt worden, daar waar het enkel nog bergaf kan en waar elke verdere ingreep het voorzichtig opgebouwde evenwicht en alle daarmee gepaard gaande risico’s tijdens de tussenstappen, op de helling zet. Menig academiestudent hoorde zijn leraars dan ook driftig ‘stop!’ roepen, uit schrik dat de onervaren aspirant-kunstenaar de kiem van een meesterwerk klunzig naar de Filistijnen helpt, door er verder op te wroeten. Dat ‘doodschilderen’; Matthieu Claus heeft er geen oren naar…

    Wegschrift”, zo heet één van zijn doeken. Hij heeft de lovenswaardige gewoonte om zijn non-figuratieve schilderijen toch heel eigenzinnige, talige titels te geven. ‘Opus 4’ of ‘Untitled 7’ zijn niet aan hem besteed. Hij bleef kleven, deze ene titel, omdat hij meteen ook het hele oeuvre kenschetst.  Houdt de productieve drift van het schilderen immers niet meteen ook destructie in? Dat is een kernvraag in zijn streven. Matthieu’ s schilderijen zijn onvoltooid verleden tijd, tegenwoordige tijd en de belofte van toekomst ineen. Het gebeurt dat ze eerst al menige huiskamer sierden in een rondje kunstverhuur, of deel uitmaakten van een expo, als de schilder ze plots opnieuw onder handen neemt en in een andere gedaante weer de wereld instuurt. Soms zo radicaal, hoorde ik hem zeggen, dat boven-en onderkant wisselen, of vroegere fases voortleven als onderliggende structuur. Duidt die merkwaardige aanpak op rusteloosheid? Op onzekerheid over genomen beslissingen? Of allergie aan voldongen feiten? Het hangt er maar van af hoe je het bekijkt. De klassieke opvatting van een schilderkunstig oeuvre is die van een dialectisch proces, dat evolueert in de tijd, met de afzonderlijke, afgewerkte doeken als onveranderlijke en verhandelbare tussenstappen. De tevredenheid van een ‘gemaakt’ schilderij slaat om in ontgoocheling over bepaalde onvolkomenheden, wat dan weer motiveert voor een nieuw doek, waarin alles opnieuw kan. Voor Matthieu Claus is de evolutie duidelijk niet gebonden aan die intervallen. Daardoor wordt hij soms een beetje iconoclast op eigen werk.

    Misschien heeft die ongrijpbare, fluïde omgang met het schilderproces wel iets te maken met de plaatsen waar deze Abraham zijn mosterd haalt. Vergis u immers niet; de wriemelende vormen en patronen in het abstracte universum van Claus ontstaan niet als een soort écriture automatique of als gratuite droedels.  Sinds jaar en dag struint deze schilder op vrije dagen rond op schroothopen, waar restanten van metaal en plastic verknipt, verzaagd en verwrongen slechts in verre echo’s nog herinneren aan machine - onderdelen of verhaspelde, afgedankte producten. Deze kerkhoven van afgedankt materiaal zijn een merkwaardige potpourri van tandwielen, flensen, gestanste restvormen, onderbroken en verwrongen veelhoeken. Geholpen door de fotolens, verzamelt Matthieu Claus er als een strandjutter verloren en verweesde vormen op de kusten van onze ‘maakdrift’. Die cirkels, ellipsen, stukken pijp, met de metaalschaar of snijbrander geamputeerde lijnen en brokken werkelijkheid, zijn een visuele kringloop; humus dat hem stof oplevert voor een uiterst eigenzinnige abstractie. Wie niet meer of beter weet vermoedde in zijn composities eerst eerder landschappen, half geabstraheerd à la Maurice Wyckaert of Jean Brusselmans, of een verregaand origami van stillevens, van ver schatplichtig aan Cézanne of Braque. Niet dus… Deze abstractie ontstond op het kerkhof van de vormgeving. Het gaat met door de mens verzonnen lijnen als met plantaardig materiaal. Tijd en consumptie doen ze teniet tot enkel een soort ‘compost’ rest, waaruit geheel nieuw leven groeit. Gisteren nog voltooide hij een vierkant doekje met alweer zo’n titel: ‘Ijzergeheugen’. Zou het kunnen dat materie een identiteit heeft en er memories op nahoudt aan alle vormen waarin het ooit werd geplooid of gelast? Het moet die kringloop zijn, waarin alle vormen uiteindelijk ontrafelen tot bouwstoffen van een nieuw DNA, die Matthieu Claus zo relativerend doet omgaan met de status van het ultieme, ‘affe’ doek. Zo veranderlijk als de lijnen zelf kunnen zijn, in hun ontmantelde toestand mentaal zelfs niet langer gebonden aan een herkenbaar voorwerp, zo veranderlijk is ook zijn schilderkunst, waarin vormen slechts tijdelijk een onderdak vinden.  

    Schilderend stuurt hij onderweg nog veel bij. Een gevonden vorm kantelt, ontdubbelt of herhaalt hij als motief. Het stukje graficus in hem voegt sjablonen met industriële patronen toe en haalt ze weer weg. Ingedroogde sporen van vorige fases leven door onder de matte, lederachtige verfhuid. Het overwegend roestige van zijn bronnenmateriaal gaat door de filter van een eigen voorkeurspalet, waarin tere witten en tinten blauw overheersen. De keuze voor die kleurenkoelte is naar zijn zeggen ingegeven door een zoektocht naar rust, als tegengewicht voor het wriemelende in zijn vormentaal en een zeker nervositeit. Nu ik er over nadenk: ook het nette appartement en de geordende atelierkamer passen wellicht in die onbewuste strategie: een tegengewicht voor een zekere manie. Na het bezoek aan menig artiest thuis weet ik immers; de plek waar dingen gemaakt worden vertelt veel. Nu houdt ook het zicht door het atelierraam ineens steek. Matthieu kijkt op de Westerbegraafplaats, een soort Père Lachaise van vergane Gentse glorie: voltooide levens in rijtjes gedwongen. Menselijke schroothoop, zo je wil, waar van levens enkel nog de onderbroken lijnen en tanende vormen resten. Ik weet: hij houdt het wellicht liever abstract: bij ijzer, verf en doeken, en niet bij melancholie; mijn tere plek. Maar ook daar beneden heerst de eeuwige cirkel van komen en gaan. Pas als je daar, zoals de schilders Frits Van den Berghe of Lieven De Winne, te ruste ligt, kan je de doeken niet langer hernemen.

    © Frederik Van Laere, Historicus

    Lees meer >> | 66 keer bekeken

  • Expo 'Cellular structures'

    5 april 2025

    Ik zou de schilder van het duo een ‘Jean Brusselmans’ op speed noemen, omdat ik vind dat zijn abstracten in al hun onthechting iets heel landschappelijks hebben. Het zal wel aan mij liggen, door mijn associatie van zijn gesjabloneerde, getamponeerde, gestempelde en uiteen gehaalde vormentaal, waar ik wolken, heesters en architectuur in ontwaar. Blauw overheerst, volgens de kunstenaar zelf door zijn hunker naar rust in werken die een grafische, nerveuze, gelaagde complexiteit hebben. Er ligt vanalles gestapeld, uiteen gereten en opnieuw gestructureerd in deze doeken. Claus durft ze ook blijvend in vraag stellen en opnieuw overschilderen, zonder compassie. Ze verrasten me door hun subtiele verfhuid, een kwaliteit die in digitale vorm, op een insta-venstertje, onbekend blijft. Reden te meer om ze echt te gaan zien.

    © Frederik Van Laere, April 2025

    Lees meer >> | 71 keer bekeken