De poëzie van materie
KUNSTENAARSVERKLARING
Het werk van Matthieu Claus kan gelezen worden als een onderzoek naar materialiteit, temporaliteit en procesmatige beeldvorming binnen de schilderkunst. Het vertrekpunt ligt bij restmateriaal: schroot, gebruikssporen en gevonden materialen die hun oorspronkelijke functionele of representatieve status hebben verloren. Deze elementen worden niet ingezet als dragers van betekenis of herinnering, maar als actieve componenten binnen een herconfigurerend beeldproces.
Het schilderen manifesteert zich hier niet als een lineair of doelgericht productieproces, maar als een open veld van handelingen waarin ingrepen elkaar overlappen, corrigeren en gedeeltelijk neutraliseren. Schrapen, overschilderen en herschikken functioneren als methodes die zowel constructie als deconstructie omvatten. Binnen dit proces is controle per definitie instabiel: materiële weerstand en toevallige interferenties herdefiniëren voortdurend de richting van het werk.
De schilderijen opereren niet als representaties, maar als registraties van handeling en tijd. Het beeld is geen eindpunt, maar een sedimentatie van opeenvolgende beslissingen en hun gedeeltelijke uitwissing. Gelaagdheid functioneert hierbij niet louter als visueel fenomeen, maar als structureel principe waarin eerdere stadia van het werk blijven doorwerken binnen de huidige toestand van het oppervlak.
Binnen dit kader wordt vergankelijkheid niet benaderd als thematisch gegeven, maar als constitutieve conditie van het werk zelf. Slijtage, correctie en herneming moeten worden begrepen als structurele operaties die het beeld in een permanente staat van instabiliteit houden. Betekenis wordt daardoor niet vastgelegd in het object, maar ontstaat relationeel en situationeel in de ontmoeting tussen werk en beschouwer.
Het oeuvre positioneert het schilderij aldus niet als autonoom, voltooid object, maar als een tijdelijke configuratie binnen een continu proces van materialisering en dematerialisering. In deze benadering wordt schilderkunst hergedefinieerd als een procesueel systeem waarin beeldvorming, materiële agency en tijdelijkheid onlosmakelijk met elkaar verstrengeld zijn.